Reactie Nederlandse stralingsautoriteit op ISR-rapport
02 februari 2017 - 17:00

Eind 2016 verscheen een onderzoeksrapport van het Institut für Sicherheits- und Risikowissenschaften (ISR) in Wenen over de mogelijke risico’s van kernreactor 2 in Tihange. Volgens het rapport kan een eventuele nucleaire ramp Tsjernobyl-achtige gevolgen hebben in Limburg en de regio Aken. Het ISR-rapport was voor de Veiligheidsregio Zuid-Limburg aanleiding om de ANVS twee vragen voor te leggen: Hoe moeten we de resultaten van dit onderzoek zien? En: Moet de veiligheidsregio de voorbereiding op een stralingsongeval aanpassen? De ANVS is een onafhankelijke autoriteit die erop toeziet dat de nucleaire veiligheid en stralingsbescherming in Nederland voldoen aan de hoogste eisen.

 Geen toegevoegde waarde ISR-rapport
De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) concludeert:

  • Het ISR-onderzoek vormt geen toegevoegde waarde bij de voorbereiding in Nederland op een stralingsongeval.
  • Er is  geen aanleiding op basis van het ISR-rapport om de voorbereiding door de Veiligheidsregio in Zuid-Limburg op een kernongeval bij Tihange 2 aan te passen
    Zie ook www.anvs.nl.

Risico-inschatting ISR-rapport niet realistisch
De veiligheidsregio’s Zuid-Limburg en Limburg-Noord kijken zeer zorgvuldig naar de risico’s van Tihange. Dat gebeurt volgens internationale richtlijnen. Daaruit blijkt dat de  kans op een stralingsongeval in de kerncentrale van Tihange heel klein is. De kans op een stralingsongeval met gevolgen voor Limburg is nog veel kleiner. De kans op een stralingsongeval met gevolgen zoals het ISR-rapport schetst, is zo klein dat het niet realistisch is. Maar hoe onrealistisch ook, de kans is niet nul. De politiek bepaalt welke risico’s we accepteren in Limburg. Het is een taak van de veiligheidsregio’s om zich op deze risico’s voor te bereiden. Daarbij gaan de veiligheidsregio’s uit van de informatie en richtlijnen van de officiële instanties in Nederland die over straling gaan: het ministerie van Infrastructuur en Milieu, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het RIVM en de ANVS. 

Deel deze pagina: